Alternatieven voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)

Laatste update op 24-11-2022 Leestijd 6 min Door Redactie ZZP Servicedesk

Alternatieven aov verzekering

“Ziek? Ik ben nooit ziek! Daarvoor ga ik toch geen dure verzekering afsluiten!” Een veelgehoorde reactie als het om een AOV gaat. Helaas is het risico vaak groter dan de meeste zzp’ers denken. En natuurlijk gaat het dan niet om een griepje. Ongeveer één op de acht mensen raakt al dan niet langdurig arbeidsongeschikt voordat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Voor zzp’ers kan arbeidsongeschiktheid een grote financiële klap betekenen.

Voor het geval dat je onverhoopt arbeidsongeschikt raakt, moet je dus zelf een voorziening regelen. Een AOV kan een uitstekende oplossing zijn, maar zijn er ook alternatieven?

Een AOV staat erom bekend dat het een belangrijke, maar helaas vaak kostbare verzekering is.

 

Sparen

Sparen lijkt een logische oplossing, maar is dat in de meeste gevallen niet. Je moet maandelijks flink wat geld opzij (kunnen) zetten om de eerste periode van arbeidsongeschiktheid te kunnen overbruggen. Vooral sparen voor langdurige arbeidsongeschiktheid is feitelijk geen optie.

Een paar simpele rekensommetjes:

  1. Stel, je bent 35 jaar en je verdient ca. € 2.500,- netto per maand. Als je morgen onverhoopt arbeidsongeschikt raakt en je bent 2 jaar uit de running, dan had je nu al ca. € 60.000,- op je spaarrekening moeten hebben.
  2. Stel, je bent 35 jaar en je verdient ca. € 2.500,- netto per maand en je hebt geen, of nauwelijks spaargeld achter de hand, maar wel een glazen bol. Over 4 jaar raak je arbeidsongeschikt en ook die periode van arbeidsongeschiktheid duurt 2 jaar. In de komende 4 jaar moet je dus circa € 60.000,- bij elkaar sparen. Dat is € 1.250,- per maand. Je moet in dat geval dus de helft van je inkomen apart zetten. Voor wie is dit financieel haalbaar? Zou de glazen bol niet goed hebben gewerkt en in plaats van na 4 jaar, word je na 2 jaar al arbeidsongeschikt, dan kom je dus € 30.000,- tekort.
  3. Stel, je bent 35 jaar en je verdient ca. € 2.500,- netto per maand en het is gelukt om de afgelopen jaren € 60.000,- bij elkaar te sparen. Helaas raak je langdurig arbeidsongeschikt en na ongeveer 2 jaar ben je door je spaargeld heen. Op dat moment ben je dus 37 jaar en moet je nog 31 jaar overbruggen tot het moment dat je AOW (en pensioen?) ontvangt. Waar haal je op dat moment bijna 1 miljoen euro vandaan? (31 x € 30.000,- = € 930.000,-)

ZZP pensioen

Het ZZP pensioen is een productnaam van Loyalis. In feite is dit een gewone lijfrentepolis zoals je die bij vrijwel iedere verzekeraar kan afsluiten om een (aanvullende) pensioenvoorziening op te bouwen. Net als bij gewoon sparen, bouw je een kapitaal op, alleen is dat bij een lijfrentevoorziening een bruto kapitaal dat je in de toekomst periodiek als pensioenaanvulling bruto moet laten uitkeren. Tussentijds mag je in principe niet over het geld beschikken (dit noem je het afkopen van de lijfrentepolis). Indien je dat wel doet, moet je aan de belastingdienst revisierente betalen. Deze revisierente is eigenlijk een boete en bedraagt 20% van het lijfrentekapitaal. Als je arbeidsongeschikt raakt, geldt onder (strenge) voorwaarden dat je zonder revisierente mag afkopen. Als je nog weinig hebt opgebouwd, dan is er natuurlijk niet veel om uit te keren. Net zoals bij gewoon sparen het geval is. Bovendien komt door (gedeeltelijke) afkoop jouw pensioenvoorziening in gevaar en daar is zo’n lijfrentepolis nou juist voor bedoeld. Alleen als je niet arbeidsongeschikt raakt, heb je ten opzichte van een normale AOV geen premie voor niets betaald, maar heb je wel een aanvullend pensioenpotje. Het lijkt een leuk alternatief maar heeft het meeste weg van een sigaar uit eigen doos.

Vrijwillige verzekering bij het UWV

Werknemers hebben recht op WIA en ZW. Zieke werknemers hebben de eerste 2 jaar recht op loondoorbetaling. Na die 2 jaar kunnen zij terugvallen op de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Word je zzp’er vanuit een loondienstverband of vanuit een uitkeringssituatie? Dan kan je de ZW- en WIA-verzekeringen vrijwillig verlengen. Je moet dat wel binnen 13 weken nadat je stopt bij jouw werkgever, of nadat jouw uitkering afloopt, aanvragen. De dekking van deze vrijwillige verzekering is veelal flink beperkter dan bij een AOV. Bovendien ben je hiervoor een forse premie aan het UWV verschuldigd. Meer informatie hierover kan je vinden op de website van het UWV.

Vangnetverzekering

Sommige zzp’ers kunnen vanwege medische redenen geen AOV afsluiten. In dat geval kan een vangnetverzekering een oplossing zijn. Het verzekerde bedrag van de vangnetverzekering is 70% van het minimumloon. De dekking is beperkt en bovendien is er een eigen risicoperiode/wachttijd van een jaar. Wil je een vangnetverzekering afsluiten? Dan moet je dat binnen 15 maanden nadat je als zzp’er bent gestart regelen. Dit kan je doen bij de verzekeraar die je heeft afgewezen voor een gewone’ AOV.

Broodfonds

Een van de alternatieven voor een AOV is een broodfonds. Dat is een groep van 20 tot 50 ondernemers. Samen spreken zij af dat ze elkaar helpen bij arbeidsongeschiktheid. Alle deelnemers sparen elke maand een bedrag op hun broodfondsrekening. Wordt een van de deelnemers ziek, dan ontvangt hij of zij schenkingen van de rest. Met deze schenkingen kan de zieke deelnemer maximaal 2 jaar lang rondkomen, daarna ontvang je geen uitkering meer. Een broodfonds is een mooi en solidair idee, maar er kleven wel wat nadelen aan. Wil je meer weten? Lees hier alles over het broodfonds.

Alternatieven op het Broodfonds

De markt voor arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen blijft continu in beweging. Na de opkomst van Broodfondsen zijn er inmiddels, met een Broodfonds, vergelijkbare initiatieven ontwikkeld. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan partijen als SharePeople, het Ziektefonds, Commoneasy, Socialtens en SamSamkring. Deze partijen kennen veel overeenkomsten met Broodfondsen. In hoofdlijnen komen de overeenkomsten op het volgende neer: Er is sprake van een coöperatieve en solidaire gedachte om het arbeidsongeschiktheidsrisico met andere mensen te delen. Je bent aangesloten bij een groep leden en je legt maandelijks geld in voor het geval jijzelf, of anderen uit de groep ziek worden. De hoogte van je inleg is mede afhankelijk van de door jou gewenste uitkering bij ziekte. Bij ziekte ontvang je een uitkering voor maximaal 2 jaar. Voor onverhoopte langdurige arbeidsongeschiktheid is er net zoals bij een Broodfonds dus geen dekking. De combinatie met een arbeidsongeschiktheidsverzekering kan dus zeker verstandig zijn. Het gedeelte van je inleg dat niet voor uitkeringen wordt gebruikt, blijft van jezelf. Dit kan je vrij besteden aan andere zaken. Opgemerkt moet worden dat er natuurlijk ook ander partijen zijn waar je aanvullend pensioen kunt opbouwen. Dit is een vrije keuze. Tot slot betaal je, net zoals bij een Broodfonds, naast je inleg ook kosten voor de deelname.

Maar er zijn ook verschillen. Ook weer in hoofdlijnen: een Broodfonds kent een maximumaantal leden. Bij deze initiatieven is er geen maximum. Deelname is anoniemer en er is dus minder sociale controle. Bij een Broodfonds krijg je de eerste maand van ziekte geen uitkering. Bij andere initiatieven kan sprake zijn van een langere periode die je zelf moet overbruggen. Mede daardoor kan er dus een verschil qua dekking en inleg zijn.

Voor meer specifieke details over deze initiatieven kan je terecht op de betreffende websites.

Een beperkte AOV

Bij het afsluiten van een AOV kiezen de meeste zzp’ers voor een AOV met de meest uitgebreide dekking. Deze AOV variant is natuurlijk qua premie ook het duurst. Je kan ook kiezen voor een AOV met een beperktere dekking, waardoor de premie lager wordt. Uiteraard neem je dan wel een bewust risico dat je maar gedeeltelijk verzekerd bent. Zo kan je arbeidsongeschiktheid als gevolg van psychische aandoeningen uitsluiten. Ook kan je bij sommige verzekeraars kiezen om alleen arbeidsongeschiktheid als gevolg van een aantal met name genoemde ernstige aandoeningen te verzekeren, of kan je de keuze maken om je alleen te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval.

Combinatie van een AOV met een broodfonds

Bij een broodfonds dek je alleen het risico van arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste twee jaar af. Ben je langdurig arbeidsongeschikt, dan biedt een broodfonds geen dekking meer. Een veel voorkomende combinatie is in dat geval een broodfonds met een AOV, waarbij je bij de AOV een eigen risicoperiode/wachttijd van 2 jaar kiest. Dit maakt een AOV aanzienlijk betaalbaarder en zo heb je ook op de lange termijn een betere voorziening tegen het risico van arbeidsongeschiktheid.

Welke voorziening, of combinatie je ook kiest om het risico van arbeidsongeschiktheid af te dekken, het is altijd belangrijk om periodiek te kijken of de gekozen voorziening nog wel passend is. Kies je bijvoorbeeld in eerste instantie voor een AOV met een korte eigen risicoperiode, dan kan je naarmate je meer spaargeld achter de hand hebt, altijd de eigen risicoperiode wijzigen, waardoor de premie lager wordt.

Heeft dit artikel je geholpen?

Ja Nee